Herstelgerichte dienstverlening bij letselschade

Een letsel kan één, verschillende of alle levensdomeinen negatief beïnvloeden. Negatieve invloeden op het ene levensdomein kunnen weer negatieve invloeden op andere levensdomeinen tot gevolg hebben. Een negatieve spiraal is dan het resultaat. De herstelregisseurs van Wibbens brengen de zelfredzaamheid van slachtoffers en hun herstelgedrag binnen de levensdomeinen in kaart en geven herstelgerichte adviezen.

Wibbens HerstelRegisseurs Herstel onderzoek Letselschade
Wat is herstel?

Genezing is het proces waarbij verschijnselen van een ziekte spontaan of door een behandeling verdwijnen. Daardoor wordt de gezondheid hersteld. Soms zijn er daarna nog restklachten, restverschijnselen of beperkingen.

 

Een herstelproces is persoonlijk, uniek en verloopt soms grillig. Het heeft veel verschillende aspecten, zoals het hervinden van hoop, het weer opbouwen van een positief zelfbeeld, het herwinnen van de regie over het eigen leven en het opnieuw ontwikkelen van persoonlijke kracht en talenten (empowerment).

 

De herstelvisie van Wibbens kent vier kernwaarden:

  1. de cliënt staat centraal, niet het letsel;
  2. de cliënt is persoonlijk en actief betrokken bij de planning en uitvoering van het traject;
  3. Wibbens biedt keuzes aan, maar de cliënt kiest zelf zijn richting, samen met de herstelregisseur; 
  4. groeipotentie, vooruitgang en zelfredzaamheid staan in de aanpak centraal.
Wat is herstelgerichte dienstverlening bij letselschade?

In letselschadezaken lag de nadruk altijd op een financiële vergoeding van de schade. Steeds meer komt die nadruk op maatregelen te liggen die nodig zijn om het slachtoffer weer een toekomstperspectief te geven. Deze herstelgerichte dienstverlening staat volop in de schijnwerpers. Zij is gericht op het herstel van, het hulpverlenen aan en het organiseren van maatregelen voor slachtoffers. Deze maatregelen zijn bijvoorbeeld het realiseren van aanpassingen en voorzieningen in de woning, op de werkplek of in de auto. Herstelgerichte dienstverlening kan zich ook richten op de directe omgeving van het slachtoffer, in de vorm van coaching of begeleiding bij de verwerking van de gevolgen van het ongeval.

Wat is het doel van herstelgerichte dienstverlening?

Het doel van herstelgerichte dienstverlening is slachtoffers in staat te stellen hun leven opnieuw inhoud en richting te geven. Slachtoffers worden begeleid naar een situatie die zo veel mogelijk op de situatie van voor het ongeval lijkt of, als dat niet haalbaar is, naar een voor het slachtoffer geheel nieuwe situatie. Het gaat erom een situatie te creëren waarin het slachtoffer zich goed voelt en naar eigen wens kan functioneren. In die situatie kan professionele hulp worden geboden, niet meer dan nodig is, maar zeker ook niet minder. Herstelgerichte dienstverlening is altijd maatwerk en kan een belangrijke rol spelen bij de uiteindelijke regeling van de schade. Als het slachtoffer weer een toekomstperspectief heeft en zijn leven weer kan vormgeven, is er een grote kans op een goede eindafwikkeling.

Wie horen tot de doelgroep van de herstelregisseurs?

Slachtoffers van een ongeval zijn in het algemeen de cliënten van de herstelregisseurs. Daarbij hoeft de ernst van het letsel geen rol te spelen. Iedere mens is immers uniek, ieder letsel is anders. Wanneer een slachtoffer in zijn herstel dreigt vast te lopen, kan de herstelregisseur ondersteuning bieden en zaken verhelderen en concretiseren.

Wat zijn levensdomeinen?

In het algemeen richten de herstelregisseurs van Wibbens zich op vooruitgang in acht relevante levensdomeinen: fysiek herstel, psychisch herstel en zorg voor financiën, mobiliteit, wonen, huishouden, werk en sociale omgeving. Herstel kan dus in dit verband breed worden opgevat. Het gaat niet alleen om fysiek herstel op het gebied van belastbaarheid, maar bijvoorbeeld ook op praktisch, psychologisch, emotioneel en sociaal gebied.

 

Een letsel kan gevolgen in verschillende levensdomeinen hebben. De herstelregisseur brengt de problematiek in kaart en geeft een inschatting van de mate van zelfredzaamheid in die levensdomeinen. Wibbens onderscheidt op dat punt drie niveaus: 1) veel belemmeringen en dus niet zelfredzaam, 2) enkele beperkingen en dus beperkt zelfredzaam en 3) nauwelijks beperkingen en dus voldoende zelfredzaam. Op deze manier ontstaat een duidelijk beeld van de situatie en van de belemmeringen die het herstel doen stagneren.

In welke letselschadegevallen kan een herstelregisseur zinvol werk verrichten?

Een herstelregisseur kan zinvol werk verrichten, bijvoorbeeld:

 

  1. wanneer het letsel verschillende levensdomeinen negatief beïnvloedt;
  2. wanneer verschillende instanties (UWV, gemeente, school et cetera) niet goed samenwerken;
  3. wanneer het gewenst is de regie over het herstel centraal te houden;
  4. wanneer het gewenst is de regie over het herstel onafhankelijk te houden;
  5. wanneer er sprake is van middelzwaar of zwaar letsel;
  6. wanneer het letsel het functioneren van een ondernemer sterk beïnvloedt;   
  7. wanneer er een wederzijdse beïnvloeding is van materiële en immateriële schade;
  8. wanneer de reguliere gezondheidszorg tekort dreigt te schieten.
Welke problematiek kan aan een herstelregisseur worden voorgelegd?

U kunt de herstelregisseurs van Wibbens de onderstaande punten voorleggen. U kunt deze lijst downloaden en tijdens het gesprek als leidraad gebruiken.

 

Wanneer de cliënt een loondienstverband heeft, kunt u de herstelregisseur vragen:

  1. na te gaan in hoeverre het letsel de werkzaamheden van de cliënt belemmert;
  2. na te gaan in hoeverre de arbeidsverhouding tussen de cliënt en de werkgever is verstoord;
  3. na te gaan of, en zo ja hoe, de werkplek van de cliënt kan worden aangepast;
  4. na te gaan of de werkgever kan worden geholpen, bijvoorbeeld met werkplekaanpassingen, om de cliënt in dienst te houden;
  5. de (nieuwe) werkgever voor te lichten over subsidiemogelijkheden (bijvoorbeeld no-risk en premiekortingen) of over (co)financieringsmogelijkheden vanuit het letselschadetraject;
  6. duidelijk te maken hoe de werkgever de re-integratie vormgeeft;
  7. duidelijk te maken hoe het UWV het re-integratietraject vormgeeft en bij de problematiek van de cliënt laat aansluiten;
  8. na te gaan of het UWV al tot een WIA-beoordeling is overgegaan (na 104 weken ziekte) en zo ja, of de cliënt het daarmee eens is.

 

Wanneer de cliënt een uitkering krijgt, kunt u de herstelregisseur vragen:

  1. na te gaan of het UWV al tot een eerstejaarsbeoordeling is overgegaan en zo ja, of de cliënt het daarmee eens is;
  2. na te gaan of de cliënt het eens is met de WIA-beoordeling;
  3. na te gaan hoe het UWV de re-integratie vormgeeft;
  4. na te gaan welke arbeidsmogelijkheden de cliënt heeft en of de cliënt aan werk moet worden geholpen?

 

Wanneer de cliënt een ondernemer is, kunt u de herstelregisseur vragen:

  1. na te gaan in hoeverre het letsel het voortbestaan van de onderneming van de cliënt beïnvloedt;
  2. na te gaan of, en zo ja hoe, de werkplek van de cliënt moet worden aangepast;
  3. na te gaan of de cliënt een arbeidsongeschiktheidsverzekering heeft;
  4. na te gaan hoe de arbeidsongeschiktheidsverzekeraar de re-integratie vormgeeft;
  5. ondersteuning te zoeken bij het opstellen van een ondernemingsplan of een commercieel plan.

 

Wanneer de cliënt een schoolgaande of studerende jongere is, kunt u de herstelregisseur vragen:

  1. na te gaan in hoeverre het letsel de opleiding van de cliënt belemmert;
  2. na te gaan of de cliënt vanwege het letsel een andere opleiding moet kiezen;
  3. na te gaan of, en zo ja hoe, de stageplek van de cliënt moet worden aangepast.

 

Wanneer de cliënt problemen met de belastbaarheid heeft, kunt u de herstelregisseur vragen:

  1. de belastbaarheid onafhankelijk te laten vaststellen, in het kader van de re-integratie, door middel van een functionele mogelijkhedenlijst;
  2. de mogelijke cognitieve problemen te laten onderzoeken;
  3. een cognitieve training voor de cliënt te zoeken;
  4. de mogelijkheden van hulpmiddelen of voorzieningen in de werksituatie te laten onderzoeken;
  5. de mogelijkheden van hulpmiddelen of voorzieningen in de thuissituatie te laten onderzoeken.

 

In het algemeen kunt u de herstelregisseur vragen:

  1. na te gaan of een bezwaar of een beroepszaak tegen een beslissing van het UWV kans van slagen heeft;
  2. ondersteuning te zoeken bij het in bezwaar of in beroep gaan tegen een beslissing van het UWV;
  3. na te gaan in hoeverre het letsel de terugkeer van de cliënt in het eigen werk belemmert;
  4. na te gaan in hoeverre het letsel de zelfredzaamheid van de cliënt belemmert;
  5. na te gaan in hoeverre het letsel de inzet van de cliënt bij huishoudelijk werk belemmert;
  6. na te gaan in hoeverre het letsel de inzet van de cliënt bij tuinwerkzaamheden belemmert;
  7. na te gaan of de revalidatie adequaat wordt vormgegeven en of er eventueel een alternatieve aanpak is;
  8. na te gaan of de woning van de cliënt moet worden aangepast;
  9. de belastbaarheid te interpreteren (naar aanleiding van een medische expertise);
  10. uit te zoeken welke financieringsbronnen voor aanpassingen of hulpmiddelen kunnen worden aangewend (bijvoorbeeld de Wmo);
  11. ondersteuning te zoeken bij een Wmo-aanvraag;
  12. ondersteuning te zoeken bij het opstellen van een zorgplan in het kader van de Wet langdurige zorg of Intensieve kindzorg.

Vragen die u onze herstelregisseurs kunt stellen

Wibbens letselschadeherstel is onderdeel van Wibbens advies.
Kijk ook op wibbensarbeidskundigadvies.nl en wibbensbedrijfskundigadvies.nl

Wibbens - 2018

Deze website maakt gebruik van cookies om o.a. statistieken bij te houden. Bekijk je deze site dan ga je akkoord met het plaatsen van cookies.